Kendo

 


Kendo is een moderne Japanse vechtkunst die in haar thuisland de grootste budosport is, met naar schatting vijf miljoen beoefenaars. Ook buiten Japan heeft kendo grote bekendheid gekregen: in Nederland bijvoorbeeld wordt het al ruim 40 jaar beoefend en zijn er in de meeste grote steden wel dojo, ofwel trainingsscholen, te vinden. Sakura-Kai is een van de twee dojo in Utrecht.

Kendo bij Sakura-Kai

Als je bij ons begint train je in eerste instantie zonder beschermende uitrusting, de bogu. Na een aantal trainingen kun je een hakama en gi, de trainingskleren, aanschaffen. Afhankelijk van je inzet en vaardigheid is het mogelijk om na enige maanden in een volledige uitrusting (inclusief bogu) mee te trainen. Zelf aanschaffen van een bogu is niet altijd direct noodzakelijk: bij ons kunnen bogu eerst een tijdje geleend worden.

Lichaam en geest

Al vele eeuwen is het zwaard in Japan een zeer geducht wapen geweest, en uit de oude zwaardtechnieken (kenjutsu) is het moderne kendo voortgekomen. Het gaat in modern kendo vanzelfsprekend niet meer om de praktische toepassing van de zwaardtechnieken. Het accent is al sinds het einde van de 17e eeuw, en met name in de 19e eeuw, verlegd naar de training van het lichaam en de geest door middel van het zwaard. Wat betekent dat concreet? Het beoefenen van de kendosport is een explosief maar uiterst geconcentreerd gebeuren.

Eén moment van concentratieverlies betekent een wedstrijd verliezen. Wedstrijden zijn dus in eerste instantie bedoeld om de eigen vaardigheid, de concentratie en de conditie te toetsen en te verbeteren. Kortom, het zwaard is een mogelijkheid om tot een betere lichaamscontrole en, wat wellicht belangrijker is, tot een beheersing van de geest te komen. In het aanleren en sportief toepassen van de zwaardtechnieken worden lichamelijke conditie, lichaamshouding, concentratievermogen, inzet en zelfdiscipline optimaal en systematisch ontwikkeld.

Kiai

Opvallend bij kendowedstrijden of -trainingen zijn de kreten die er klinken. Deze kreten (kiai), vormen een wezenlijk onderdeel van het kendo. Ze zijn niet alleen bedoeld om indruk te maken op de tegenstander, maar ook voor het regelen van de ademhaling. Veel beginnende kendoka zijn nogal angstig om luid te schreeuwen, maar uit onderzoek blijkt dat het goed controleren van de ademhaling de spieren versterkt en bewegingen sneller maakt.

Uitrusting

Kendo wordt beoefend met een bamboe-zwaard (shinai) en er mogen treffers geplaatst worden op het hoofd, de pols, het bovenlichaam en de keel. Deze trefvlakken zijn goed beschermd door de in het zicht springende uitrusting, de zogenaamde ‘bogu’, die door de kendoka wordt gedragen.