Naginata

 


Naginata komt voort uit het vechten met een hellebaard, een lang wapen dat goed inzetbaar was tegen paarden en zeer bruikbaar als zelfverdedigingswapen voor met name vrouwen. Op bijna alle Japanse lagere scholen, middelbare scholen en universiteiten wordt naginata onderwezen, net als gymnastiek in het Westen. De training van naginata is voor iedereen toegankelijk, vrouwen en mannen trainen gemengd. Bij naginata gaat het niet om fysieke kracht, maar om techniek en souplesse.

Naginata bij Sakura-Kai

De eerste maanden train je op de basisslagen, die naar het hoofd, polsen, buik en schenen. Na een tijdje kun je beschermende uitrusting, de bogu, aan en ook echt mee sparren. In het begin zul je wel wat moeten wennen aan de bogu: het is dan net of je opnieuw leert lopen. Tijdens deze fase train je in paren en oefen je vooral basisslagen op elkaar.

Geschiedenis

Naginata is een zeer oude Japanse krijgskunst die zijn oorsprong vond op het slagveld tijdens de Nara-periode (710-784). De krijgskunst naginata heeft zijn naam te danken aan het gelijknamige wapen dat tijdens het gevecht gebruikt wordt. Dit wapen werd oorspronkelijk gebruikt door de infanterie. Het werd onder andere ingezet tegen de cavalerie: met de eerste slag trof men het been van het paard waarbij de ruiter van zijn paard viel, de tweede slag trof de vallende ruiter. In het beroemde gevecht van de Taira tegen de Minamoto bij Dan-No-Ura speelde de naginata een belangrijke rol. Ook de monnik Benkei, de beschermer van Yoshitsune, die de aanvoeder van de Minamoto-clan was, gebruikte een naginata.

In reeds eeuwenoude bronnen worden verschillende beschrijvingen gegeven van de eerste naginata. Zo zijn er bronnen die beschrijven dat de naginata uit een hard houten staf bestond met daaraan een wakazashi (kort zwaard) verbonden. Andere bronnen vertellen ons dat de naginata afgeleid is van de Chinese bronzen hellebaarden, ook wel ‘kwanto’. Over het algemeen kan gezegd worden dat de eerste naginata opgebouwd waren uit een twee meter lange hardhouten staf met daaraan verbonden een kort, aan één kant snijdend zwaard van ongeveer 40 cm. In sommige gevallen kon deze kling echter een lengte hebben van 60 cm tot meer dan één meter.

Vanaf de Heian-periode (784-1184) werd het hanteren van de naginata ook aan vrouwen en yamabushi (krijgsmonniken die met name in de bergen leefden) geleerd. Vrouwen konden zo het huis verdedigen in perioden van chaos. De krijgsmonniken werden al snel gevreesd met hun ‘dodelijke’ naginata. Toen in 1542 de vuurwapens hun intrede deden op het Japanse slagveld, kwamen het zwaard en de naginata op een tweede plaats. Toch verdwenen deze wapens niet van het ‘strijdtoneel’: aan het einde van de Tokugawa-periode (1600-1668) werd op tal van ryu (scholen waar men de krijgskunst kon leren) naast het trainen met het zwaard, ook met de naginata getraind.

De hedendaagse naginatasport zoals die in Japan wordt beoefend, is in twee hoofdstromingen, en daarmee twee ryu (scholen) onder te verdelen: in het zuiden van Japan in het plaatsje Itami de Tendo-ryu en in het midden van Japan in Tokyo en omgeving de Jiki shinkage ryu.

 

Technieken

De basisslagen bij naginata zijn: men (rechte slag naar het hoofd), soku men (slag naar de zijkant van het hoofd links of rechts), tsuki (steek naar de keel), do (slag naar het bovenlichaam links of rechts), kote (slag naar de pols links of rechts) en sune (slag naar het scheenbeen links of rechts). Je kunt bij naginata zowel links als rechts staan, het beste is dat je zoveel mogelijk van lichaamspositie wisselt, hierdoor kun je honderd procent rendement uit het wapen halen.

 

 

De Moderne Naginata

In de naginatasport bestrijdt men elkaar, net als vroeger op het slagveld, met een naginata. Het grote verschil met deze oorspronkelijke naginata is dat het tweede deel van de nu gebruikte wedstrijdnaginata van bamboe gemaakt is. De lengte van een wedstrijdnaginata is 225 cm. Het eerste gedeelte van de naginata, de staf, is 175 cm lang en het bamboe bovengedeelte is 50 cm lang. Door elkaar met dit deel goed te raken kan men een ippon, een punt, behalen. Diegene die het eerst twee ippon maakt, heeft de wedstrijd gewonnen. Dit lijkt echter makkelijker dan het is, na het maken van twee ippon zijn vaak winnaar en verliezer zowel mentaal als fysiek uitgeput.